Breed standard for Labrador Retriever
GROUP: 8 (C) FCIs BREED NO: 122

Country of origin: United Kingdom

(Voor Nederlands, klik hier)


General Appearance Strongly built, short couples, very active; broad in skull; broad and deep through chest and ribs; broad and strong over loins and hindquarters.
Characteristics Good tempered, very agile. Excellent nose, soft mouth; keen love of water. Adaptable, devoted companion.
Temperament Intelligent, keen and biddable, with a stong will to please. Kindly nature, with no trace of aggression or indue shyness.
Head and skull
Skull broad with defined stop; clean cut without fleshy cheeks. Jaws of medium length, powerful, not snipey. Nose wide, nostrills well developed.
Eyes Medium size, expressing intelligence and good temper; brown or hazel.
Ears Not large or heavy, hanging close to head and set rather far back.
Mouth Jaws and teeth strong, with a perfect, regular and complete scissor bite, I.e. the upper teeth closely overlapping the lower teeth and set square to the jaws.
Neck Clean, strong, powerful, set into well-placed shoulders.
Forequarters Shoulders long and sloping. Forelegs well-boned and straight from elbow to ground when viewed from either front or side.
Body Chest of good width and depth,with well spung barrel ribs. Level topline. Loins wide, short coupled and strong.
Hindquarters Well-developed not sloping to tail; well turned stifle. Hocks well let down, cow-hocks highly undesirable.
Feet Round, compact; well-arched toes and well-developed pads.
Tail Distinctive feature, very thick towards base, gradually tapering towards tip, medium length, free from feathering, but clothed thickly all around with short, thick, dense coat, thus giving « rounded » appearance described as « otter » tail. May be carried gaily, but should not curl over back.
Gait/Movement Free, covering adequate ground; straight and true in front and rear.
Coat Distinctive feature, short dense without wave or feathering, giving fairly hard feel to touch; weather resistant undercoat.
Colour Wholly black, yellow or chocolate, yellow range from light cream to red fox.Small white spot on chest permissible.
Size Ideal height at withers : Dogs 56-57 cms; Bitches 54-56 cms.
Faults Any departure from the foregoing points should be considered a fault and the seriousness with which the fault should be regarded in exact proportion to its degree.
Note
Male animals should have two apparently normal testicles fully descended into the scrotum


Rasstandaard Labrador Retriever

Algemeen beeld Sterk gebouwd, kort in lendenen, bijzonder actief, breed in schedel, breed en diep in borst en ribben, breed en sterk in lendenen en achterhand.
Typische raskenmerken Goed temperament, erg behendig. Buitengewoon goede neus, zacht in de mond, uitgesproken liefhebber van water. Een toegewijde, zich makkelijk aanpassende metgezel.
Temperament Intelligent, levendig en gezeglijk, met een sterke wil zijn baas te behagen. Vriendelijk karakter zonder spoor van agressie of ongepaste schuwheid
Hoofd/schedel
Schedel breed met een duidelijke stop, scherp besneden zonder vlezige wangen. Kaken middelmatig lang, krachtig en niet spits toelopend. Neus breed, neusgaten goed ontwikkeld.
Ogen Middelmatig groot, met intelligente en vriendelijke uitdrukking, bruin of hazelnootkleurig.
Oren Niet groot of zwaar, dicht tegen het hoofd aanliggend en vrij ver naar achteren geplaatst.
Mond Kaken en gebit sterk met een volmaakt, regelmatig en compleet scharend gebit, dat wil zeggen dat de bovenste tanden net over de onderste tanden heen vallen en recht in de kaak staan.
Hals Droog, sterk, krachtig, geplaatst op goedliggende schouders.
Voorhand Schouders lang en schuinliggend. Voorbenen voorzien van stevige botten en recht van de elleboog tot de grond, zowel van voren als van opzij bezien.
Lichaam Borstkas van goede breedte en diepte, met goed gewelfde, tonvormige ribben. Horizontale bovenbelijning. Lendenen breed, kort en sterk.
Achterhand Goed ontwikkeld, niet naar de staart aflopend, goed gehoekte knie. Laag geplaatste hakken, koehakkigheid hoogst ongewenst.
Voeten Rond, compact, goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen.
Staart Kenmerkend voor het ras, erg dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend naar de punt, van middelmatige lengte, vrij van bevedering, maar rondom dik bekleed met een korte, dikke, dichte vacht, waardoor de ronde vorm ontstaat die beschreven wordt als ‘otterstaart'. Mag vrolijk gedragen worden, maar mag niet over de rug krullen.
Gang/beweging Vrij, voldoende bodem beslaand, recht en zuiver zowel voor als achter.
Vacht Kenmerkend voor het ras, kort, dicht, zonder golven of bevedering, vrij hard aanvoelend, weerbestendige ondervacht.
Kleur Geheel zwart, geel of lever/chocoladekleurig. De gele kleur kan variëren van licht roomkleurig tot vossenrood. Kleine witte vlek op de borst is toegestaan.
Hoogte Ideale schofthoogte reuen 56-57 cm, teven 54-56 cm.
Fouten Iedere afwijking van de hierboven vermelde punten moet als fout worden aangemerkt, de mate waarin moet in verhouding tot de ernst van de fout staan.
Nota
Reuen moeten twee normaal uitziende testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.